Springen

Uit de getuigenissen van de vliegeniers blijkt dat op een bepaald moment moet worden afgezien van een noodlanding. Lanning heeft moeilijkheden om het toestel nog langer onder controle te houden. Hij beslist dat het niet verstandig zou zijn om een landingspoging te wagen met een toestel dat zo ernstig beschadigd is en geeft daarom het bevel het toestel te verlaten.

De beide gewonden worden voorbereid op hun sprong en hun parachutes aan het harnas geklikt. Bommenrichter Latimore vertelt: ” We wisten dat we nu boven bevriend gebied vlogen en verlieten het toestel op 8000 voet (2438m) hoogte. Ik besefte dat Taylor niet in staat was om zijn parachute eigenhandig te openen door middel van een ruk aan de ‘release ring’ (handgreep waarmee men de parachute opentrekt) en verbond daartoe de ring met een koord om te verzekeren dat zijn valscherm automatisch zou worden geopend eens hij uit het toestel viel”. Via het bodemluikje achterin het toestel verlaat Taylor als eerste het vliegtuig. De parachute opent met succes, maar zijn lichaamshouding verslapt. Taylor overlijdt allicht op weg naar de aarde. “Vervolgens stelde ik Carbone de vraag of hij de ‘release ring’ van zijn parachute kon trekken”.

Carbone blikt terug: “Ik was de tweede om te springen. Bij wijze van geïmproviseerde static line wilde Latimore een elektrisch snoer vastmaken aan mijn parachute ‘release ring’. Ik zei dat ik daar geen nood aan had – een verschrikkelijk domme vergissing van me. Ik liet mezelf naar buiten tuimelen en begon tot tien te tellen. Ik was nog maar aan drie toen ik mij realiseerde dat ik mijn rechter arm niet kon optillen. Een Duitse kogel was langs mijn rechterarm binnengedrongen en die was met morfine verdoofd. Panikeren deed ik niet, ‘I was frantic’ (ik ging door het lint). Ik gebruikte mijn linkerhand om de rechter naar de ‘release ring’ te brengen, maar bezat niet de kracht om er met dat rechterhand een ruk aan te geven. Vervolgens begon ik met de linkerhand de rechter, die de ring vasthield, te slaan en het valscherm opende zich uiteindelijk.. Menigmaal heb ik teruggedacht aan deze momenten en gehuiverd. Carbone is bij het neerkomen, ondanks zijn verwondingen en de inspuitingen met morfine, zeer alert: “Ik landde in een geploegd veld en trok mijn pistool om de naderende bevolking te waarschuwen afstand te houden. Er werd ons verteld dat we bij een afsprong nabij de frontlinies steevast in de richting van de vijand zouden afdrijven, vanwege de overwegende westenwind. De kans om dan te worden gelyncht, door woedende burgers was reëel”. Otto reageert zoals het hem is aangeleerd. Even later hoort hij een stem: “We are taking you to a hospital.” Het is een Britse ambulancebestuurder en diens metgezel. Otto landt allicht in de IJzermolenstraat in Heverlee en wordt met spoed overgebracht naar het ‘101 British General Hospital’ dat is ondergebracht in het Heilig-Hartinstituut in Heverlee. Een acute operatie en de professionele medische zorg van Brits personeel aldaar halen hem er door.

Beurtelings glijdt de rest van de negenkoppige bemanning in ’t vrije.

Latimore meldt zijn vertrek aan Lanning alvorens door het bodemluikje te springen: “Ikzelf landde in landbouwgebied, zo’n 400 m van een klooster en een 800 m van een bosje vandaan. Het klooster was op een heuvel gelegen. In enkele minuten waren de kloosterlingen daar en er verzamelde zich een menigte rondom me. Twee kloosterlingen spraken Engels. De ene stelde me vragen, de andere vertaalde in de plaatselijke taal voor de vergaarde menigte. Kort nadien kwam er een jeep voorgereden met daarin een Britse soldaat en een Britse officier. Ze vertelden dat ze de crew aan het verzamelen waren en brachten me naar een gebouw dat was ingericht als hun commandopost. Daar zag ik Lanning en Guzak weer en ik geloof dat Duffy daar ook was. Bij mijn weten werden we dan naar Brussel gebracht waar de Amerikanen een contingent hadden. We verbleven er twee nachten alvorens er een transport kon worden geregeld naar onze eenheid in Engeland”.

Colby keert terug naar het ‘radio deck’ om zijn valscherm te halen en springt naar eigen zeggen kort voor de piloot via de voorste bommenluiken. Colby komt sneller neer dan gepland en verslaat omzeggens iedereen vanwege het gigantisch aantal kogelgaten in het zeil van zijn parachute. Hij komt behoorlijk hard neer en verliest het bewustzijn: “Ik landde in een weiland, grenzend aan een dorpje. De dorpelingen waren snel daar en tegen de tijd dat ik het bewustzijn had herwonnen, werd ik overrompeld. Al wat ik hen kon zeggen was dat ik een Amerikaan was. Tenslotte leidde een man die Engels sprak me naar een plaatselijk klooster, waar ik sommige leden van de bemanning aantrof. Die avond boden de kloosterlingen ons een maal aan en de ochtend erop kregen we ontbijt, met eieren geschonken door de dorpelingen. We waren dankbaar, zo herinner ik het me, voor het fijne onthaal dat we bij hen hadden genoten”.

Burbank maakt eveneens gewag van 644 gaten in zijn valscherm. Hij laat zich een heel eind vallen om het vliegtuig te vermijden en trekt dan aan de parachutekoord. Om een of andere reden komt enkel de kleine ‘pilot chute’ (parachuutje dat de grote in de luchtstroom trekt) te voorschijn en deze breekt zijn val niet. De sergeant begint als een bezetene naar zijn parachute te graaien, die nog steeds opgevouwen zit in het pak op zijn borst. Met een plof opent zich eindelijk het valscherm. Maar de hanglijnen van de parachute zijn in elkaar verstrengeld. Burbank ontwart de lijnen door pirouettebewegingen in de lucht te maken. Wanneer hij opkijkt naar zijn parachutekoepel schrikt hij zich een bult bij het zien van de vele gaatjes in het zeil en is bevreesd dat die gaan openscheuren. Burbank landt behouden in een kleine Britse artillerievoorpost en krijgt er te eten. Wanneer de bemanning zich terug op haar 8ste Luchtleger basis in Engeland aanmeldt, ontdekt Burbank dat hij als dood staat opgegeven. Dit bericht is gelukkig nog niet naar zijn ouders verstuurd of naar zijn vrouw Evelyn.

Lanning verlaat als bevelvoerder van het vliegtuig als laatste het toestel en moet het aan zijn lot overlaten: “De bommenluiken stonden open en dit zou mijn vertrekroute worden – angtaanjagend! Toen ik de controle over het vliegtuig losliet, ging het ogenblikkelijk over in een scherpe neerwaartse spiraalvlucht naar rechts. Ik slaagde erin om binnenin het bommenruim te kruipen, ondanks de extreme druk veroorzaakt door de spiraalvlucht en voltooide mijn sprong. Het was een prachtig gezicht toen het valscherm zich boven me ontpopte, precies zoals het behoorde te doen en we gezamenlijk onze weg naar beneden vervolgden. Terwijl we neerdaalden, passeerde het vliegtuig vlak onder ons door, alvorens zijn einde tegemoet te gaan. Het was net alsof het een loyaal afscheidsgebaar maakte jegens mij en de hele bemanning. Het had voor ons allen een prachtprestatie geleverd! Ik landde veilig en werd onmiddellijk ter hulp gekomen door leden van een nabijgelegen vooruitgeschoven Britse artillerie-eenheid.

 

1. Lee A. Taylor landde op het dak van de tabaksfabriek Vander Elst in de Arnould Nobelstraat
in Leuven, maar de ongelukkige sloeg over het dak en bleef hangen tegen de gevel.

2. Adolph V. Carbone landde allicht nabij de Ijzermolenstraat in Heverlee, juist aan de rand van
het bos, ongeveer waar nu de Koning Boudewijnlaan loopt.

3. Een vliegenier landde op ‘Den Braak’ te Sint-Verone, iets ten westen van het kapelletje van
Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. De vliegenier zag lijkbleek. De wind had hem aan zijn
valscherm doorheen het veld gesleurd.

4. Een vliegenier zou in de Franse tuin van het kasteel van Leefdaal zijn geland.

5. Een vliegenier landde in het midden van de Tervuursesteenweg voor het ouderlijke huis van
Albert De Keyzer (nu Tervuursesteenweg 417).

6. Een vliegenier landde op de kop van het ‘Fabriekswegske’(een veldweg die vertrekt in de
hoek gevormd door de Tervuurse-en Everbergsesteenweg).

– De gele speld duidt het Herderinneke aan.

– De blauwe speld duidt de ligging van de Britse luchtdoelbatterij aan, de artillerie-eenheid
waarover Lanning en Burbank spreken in hun getuigenis.

– Het rode kruis vlagje is het ‘101 British General Hospital’ (H-Hartinstituut Heverlee).

 

Volgende: Lee A. Taylor