Portretten

1st Lt. Harold E. Lanning (piloot): werd op 27 juli 1916 te Ithaca, een stad in het noorden van de staat New York, als zoon van een automechanieker en huishoudster geboren. Hij volgde een algemene secundaire opleiding en daarnaast verschillende cursussen bij de luchtmacht. Harold werkte in een hospitaal voor hij dienst nam. De bemanning keerde niet lang na de crash te Leefdaal terug naar de V.S., uitgezonderd Harold. Hij bleef bij zijn eskader en voerde bombardementsopdrachten uit boven Duitsland. Na de afloop van het conflict met Duitsland, keerde hij terug naar de V.S. en bleef in actieve dienst bij de luchtmacht tot 1960. Hij beëindigde er zijn loopbaan als ‘Lieutenant Colonel’ en werkte vervolgens voor het ‘State of Oregon Motor Vehicles Department’, alwaar hij met pensioen ging in 1975. Lanning heeft een dochter en woonde met zijn tweede vrouw Verda in Tigard, Oregon. Hij stierf in 2008.

 

 

 

 

 

 

1st Lt. Stephen G. Guzak Jr. (copiloot): werd op 5 november 1921 in Erie, een industriestad, in Pennsylvania, als zoon van de Slovaakse immigrantenouders, Steve en Maria (Skovran) Guzak geboren. Zijn vader werkte voor de ‘Pennsylvania Central Railroad’ in New Castle, Pennsylvania en voor de ‘Erie City Iron Works’ als ‘chipper’ (metaalsnijder?). Stephen liep school aan de ‘Erie East High School’ en studeerde af in 1940. Hij vloog 20 oorlogsmissies en doorstond twee vliegtuigevacuaties. Hij keerde terug naar Erie en werkte 24 jaar lang voor het ‘Erie Police Department’ tot hij in 1976 met pensioen ging als sergeant. Daarna bezat Stephen de ‘Guzak Funeral Escort Service’ en verleende zijn diensten aan menig begrafenisonderneming in en rond Erie. Stephen werd voorafgegaan in de dood door zijn vrouw Muriel (Thoms). Ze waren kinderloos. Stephen stierf in 1994.

 

 

1st Lt. Thomas J. Duffy (navigator): is waarschijnlijk op 20 september 1918 in Pennsylvania geboren en overleden in de voornoemde staat in 1991. Hij was een ervaren navigator met reeds 32 missies toen de bommenwerper in Leefdaal neerstortte.

 

1st Lt. Henry J. Latimore Jr. (bommenrichter): werd op 5 april 1921 in Charleston, in het zuidoosten van Missouri geboren. “Ik woonde bij mijn grootouders tot m’n tiende. Mijn moeder had een job in St. Louis en was getrouwd met haar tweede man, die een kruidenierszaak had. Ik vertrok om bij hen te wonen. Ik volgde avondles aan de ‘St. Louis University’ en werkte overdag als secretaris voor de vice president van een bedrijf. Na de oorlog besliste ik carrière te maken bij de luchtmacht en schreef me in voor een pilootopleiding . Ik ontving mijn vleugels in 1948 en vloog daarna twee jaar lang ‘Douglas C-54 Skymasters’ (transportvliegtuig) van Montana naar Alaska. In 1950 begon ik een opleiding op de ‘Boeing B-47 Stratojet’ (subsone bommenwerper). Ik vloog B-47’s tot 1960. In 1960 liet ik een hersentumor verwijderen en dit maakte een eind aan mijn dagen als piloot. Ik werd benoemd tot bevelhebber van een ‘Aircraft Maintenance Squadron’. Ik studeerde aan het ‘Air War College, Maxwell Air Force Base’ in Alabama en werd als ‘Senior Air Force Officer’ aangesteld als vertegenwoordiger van de ‘U.S. Air Force’ aan het ‘Naval War College’ voordat ik met pensioen ging in 1972 als Colonel. Ik ben driemaal gehuwd en heb drie kinderen – twee dochters en een zoon. Daarnaast heb ik drie stiefkinderen – twee zonen en één dochter. Ik ben sinds 1974 gelukkig gehuwd met men vrouw Pat en leef in Tucson, Arizona “. Henry is op 13/06/2015 overleden.

 

 

T/Sgt. Gerald D. Burbank (boordwerktuigkundige): werd op 13 mei 1918 in de staat Iowa geboren. Hij hield van vissen en in augustus 2004 werd dit tijdsverdrijf hem bijna noodlottig, toen hij per ongeluk met zijn achterhoofd op het dek van een boot viel. Vandanaf ging het bergaf met Burbank. ‘Gerry’ zoals zijn echtgenote Evelyn hem liefkozend noemde, stierf in 2005. Evelyn Burbank overleed twee jaar later. Ze woonden in San Clemente, California.

 

 

T/Sgt. Royce V. Colby (boordtelegrafist): werd op 21 maart 1924 in Terril, in de staat Iowa, geboren en groeide op in Jackson, Minnesota. Op 8 juni 1942 werd hij tewerkgesteld bij het FBI, dienst ‘Personnel Files’. Later volgde hij een radiocommunicatie opleiding en werd toegewezen aan het ‘FBI Laboratory’. In september 1943 trad hij in dienst en werd vanwege zijn uitmuntende radio-opleiding, die hij had genoten bij het FBI, ingedeeld bij een luchtmachtbemanning als boordtelegrafist. Hij volbracht 27 oorlogsmissies met de ‘491st Bombardment Group’ in Engeland. Daarna keerde hij terug in dienst van het FBI en maakte er carrière. Hij schopte het tot hoofd van de ‘Frequency Managment Unit and FM Radio Matters Unit’ waar hij toezag op radiodesign, aanschaf en verdeling van alle FM radio systemen aan de ‘FBI Offices’en behield deze functie tot hij met pensioen ging in 1976. Colby en zijn vrouw Jeanette, die vorig jaar overleed, hadden vijf kinderen. Colby woont in Salisbury, North Carolina. Royce is op 21/07/2016 overleden.

 

 

S/Sgt. Adolph V. Carbone, ‘Otto’ (flankschutter): werd op 29 april 1925 als oudste zoon van Patsy en Frances Carbone in Newark, New Jersey geboren. Het gezin had het niet breed. Toch leed de jonge Amerikaan nooit honger, noch ontbrak het hem aan een goede opvoeding. Otto erft zijn vaders ‘street smarts’, een gave die hem later in het leven meermaals van nut zal blijken. Als 17-jarige schreef hij zich in voor de dienst in het ‘US Army Air Corps’. Hij werd opgeroepen en kan zijn ‘high school’ studies niet afmaken. Afgezwaaid in oktober 1945 is Otto 20 jaar en 100% invalide verklaard. Hij keerde terug naar ‘West Side High’ om er ‘high school’ af te maken en huwde Angelina Cacioli. De geboorte van hun eerste dochter gaf hem de moed om hogere studies aan te vatten. Zo studeerde hij aan de ‘Seton Hall University’, terwijl hij werkte voor ‘Western Electric’ en behaalde een ‘Bachelor of Arts’. ‘Western Electric’was niets voor hem. Hij volgde zijn wens in om rechten te studeren en behaalde een ‘Jurist Doctorate Degree’ aan de ‘Seton Hall University’. Ondertussen verkocht hij verzekeringen voor ‘New York Life’. In 1960 kocht hij een klein pretpark in Seaside Heights, New Jersey. Hij kocht en verkocht verscheidene pretparken. Ondanks het feit dat hij een succesvol zakenman was met een diploma rechten op zak, gaf hij 12 jaar lang les aan het ‘St. Joseph’s High School’ (nu ‘Monsignor Donovan High school’) in Toms River, New Jersey. Hij onderwees er 17-18 jarige in de geschiedenis van de V.S., een job die hem veel vreugde en voldoening verschafte. In 1972 startte hij zijn eigen rechtspraktijk als advocaat en zetelde als ‘municipal court judge’ tot hij met pensioen ging in 1989. Angelina en Otto hebben vijf kinderen. Ze wonen in Toms River, New Jersey en brengen de wintermaanden door in Hallandale, Florida. Otto werd onderscheiden met de medaille genaamd ‘Silver Star’ voor dapperheid in actie als schutter op 26 november 1944. Otto is op 19/07/2016 overleden.

 

 

S/Sgt. Charles A. Sohlgren (staartschutter): is waarschijnlijk op 8 december 1919 te New York geboren en overleden in 1986. Zijn referentie adres in 1944 was Bloomfield, New Jersey.

 

Op het kerkhof van Henry Chapelle:

Vlnr: Royce, Otto, Henry. Bij het Graf van Lee Taylor.

 

Volgende: ‘t Herderinneke